Dagelijkse woorden van God ‘Gods werk en het werk van de mens’ (Fragment VIII)

Dagelijkse woorden van God ‘Gods werk en het werk van de mens’ (Fragment VIII)

Het werk dat God doet, vertegenwoordigt niet de ervaring van Zijn vlees; het werk dat de mens doet vertegenwoordigt de ervaringen van de mens. Iedereen spreekt over zijn persoonlijke ervaring. God kan de waarheid direct uitdrukken, terwijl een mens enkel de bijbehorende ervaringen kan uitdrukken, nadat hij de waarheid heeft ervaren. Gods werk heeft geen regels en is niet onderworpen aan beperkingen van tijd of plaats. Hij kan uitdrukken wat Hij is op elk gegeven moment en overal. Hij werkt zoals Hij dat wil. Het werk van de mens heeft voorwaarden en context; anders is hij niet in staat om te werken en kan hij zijn kennis van God of zijn ervaring van de waarheid niet uitdrukken. Je moet gewoon hun onderlinge verschillen met elkaar vergelijken om te kunnen zeggen of het Gods eigen werk is of het werk van de mens. Als er geen werk wordt gedaan door God Zelf en er enkel werk van de mens is, zal je weten dat de onderwijzingen van de mens hoog zijn en verder gaan dan de capaciteit van ieder ander; hun toon van spreken, hun principes in hoe je dingen aanpakt en hun ervaren en stabiele manier van werken gaan verder dan anderen kunnen bereiken. Jullie zullen deze mensen van hoge menselijkheid bewonderen, maar je kan niet uit Gods werk en woorden zien hoe hoog Zijn menselijkheid is. In plaats daarvan is Hij gewoon en bij het werken is Hij normaal en echt, maar ook onmetelijk voor stervelingen, waardoor mensen een bepaalde eerbied voor Hem voelen. Misschien is de ervaring van de persoon in zijn werk bijzonder hoog, of zijn zijn inbeeldingsvermogen en beredenering bijzonder hoog en is zijn menselijkheid bijzonder goed; zij kunnen enkel de bewondering van mensen winnen, maar zij kunnen niet hun vrees en ontzag opwekken. Alle mensen bewonderen hen die in staat zijn om te werken en die bijzonder diepe ervaring hebben en de waarheid in praktijk kunnen brengen, maar ze kunnen nooit ontzag ontlokken, enkel bewondering en afgunst. Maar mensen die Gods werk hebben ervaren bewonderen God niet, in plaats daarvan voelen ze dat Zijn werk verder reikt dan een mens kan bevatten en dat het fris en wonderbaarlijk is. Wanneer mensen Gods werk ervaren is hun eerste kennis van Hem dat Hij niet te bevatten is, wijs en wonderbaarlijk, en dat zij onbewust ontzag voor Hem hebben en het mysterie voelen van het werk dan Hij doet, wat verder reikt dan het menselijke verstand. Mensen willen gewoon in staat zijn om aan Zijn eisen te voldoen, om Zijn verlangens te vervullen; ze willen Hem niet overtreffen, omdat het werk dat Hij doet verder gaat dan een mens kan bedenken of zich kan inbeelden en dat het niet in Zijn plaats door een mens kan worden gedaan. Zelfs de mens zelf kent zijn eigen tekortkomingen niet, terwijl Hij een nieuw pad heeft geopend en is gekomen om de mens in een nieuwere en mooiere wereld te brengen, zodat de mensheid nieuwe vooruitgang zal boeken en een nieuwe start zou krijgen. Wat de mens voor Hem voelt is niet bewondering, of liever, niet bewondering alleen. Hun diepste ervaring is ontzag en liefde. Hun gevoel is dat God inderdaad wonderbaarlijk is. Hij doet werk dat de mens niet kan doen, Hij zegt dingen die de mens niet kan zeggen. Mensen die Zijn werk hebben ervaren, ervaren altijd een onbeschrijfelijk gevoel. Mensen met diepere ervaringen, hebben God met name lief. Ze voelen Zijn schoonheid voortdurend en voelen dat Zijn werk zo wijs en wonderbaarlijk is en dit wekt onder hen weer kracht op. Het is niet angst of incidentele liefde en respect, maar een diep gevoel van Gods barmhartigheid en tolerantie jegens de mens. Maar de mensen die Zijn tuchtiging en oordeel hebben ervaren voelen dat Hij majesteitelijk en onschendbaar is. Zelfs mensen die veel van Zijn werk hebben ervaren zijn niet in staat om Hem te bevatten; alle mensen die Hem werkelijk vereren, weten dat Zijn werk niet in overeenstemming is met de opvattingen van de mens, maar dat het altijd tegen hun opvattingen ingaat. Hij heeft niet nodig dat mensen volledige bewondering hebben of de indruk wekken dat zij zich aan Hem onderwerpen, maar liever heeft Hij oprechte eerbied en werkelijke onderwerping. In zo veel van Zijn werk, voelt iedereen met echte ervaring eerbied voor Hem, die hoger is dan bewondering. Mensen hebben Zijn gezindheid gezien, als gevolg van Zijn werk van tuchtiging en oordeel, en vereren Hem daarom in hun hart. God dient vereerd en gehoorzaamd te worden, omdat Zijn wezen en Zijn gezindheid niet hetzelfde zijn als die van een schepsel, en zij verder gaan dan die van een schepsel. God is een niet-geschapen wezen en Hij alleen is alle eerbied en onderwerping waardig; de mens is hier niet voor gekwalificeerd. Dus alle mensen die Zijn werk hebben ervaren en Hem echt kennen voelen oprechte eerbied voor Hem. Zij die hun opvattingen over Hem echter niet loslaten, namelijk zij die Hem simpelweg niet als God beschouwen, hebben geen enkele eerbied voor Hem. Ook al volgen ze Hem, ze zijn niet overwonnen; het zijn ongehoorzame mensen van aard. Hij doet dit werk om het resultaat te bereiken dat alle schepselen de Schepper kunnen vereren, Hem aanbidden en zich onvoorwaardelijk aan Zijn heerschappij onderwerpen. Dit is het uiteindelijke resultaat dat al Zijn werk beoogt te bereiken. Als mensen die zulk werk hebben ervaren God niet vereren, al is het maar een beetje, als hun ongehoorzaamheid uit het verleden helemaal niet verandert, dan zullen deze personen zeker weten worden geëlimineerd. Als de houding van een persoon ten opzichte van God enkel is dat hij Hem bewondert of respect toont vanaf een afstand en niet ook maar het kleinste beetje liefheeft, is dit hoever een persoon zonder een hart met liefde voor God kan komen en die persoon mist de gesteldheid om vervolmaakt te worden. Als zoveel werk niet in staat is iemands oprechte liefde te winnen, betekent dit dat de persoon God niet heeft verkregen en dat hij niet oprecht de waarheid najaagt. Een persoon die God niet liefheeft, heeft de waarheid niet lief en kan God dus niet verkrijgen, laat staan Gods goedkeuring. Dergelijke mensen zijn, los van hoe zij het werk van de Heilige Geest ervaren en los van hoe zij oordeel ervaren, nog steeds niet in staat om God te vereren. Dit zijn mensen met een onveranderlijke natuur, die een extreem slechte gezindheid hebben. Allen die God niet vereren, moeten worden geëlimineerd, om te worden gestraft, op dezelfde manier als zij die kwaad doen. Ze zullen nog meer lijden dan zij die onrechtvaardige dingen hebben gedaan.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s